Visietekst beweging Dragend Zorgen
Wat we zien
Verschillende sectoren waarin men met mensen werkt, worden geconfronteerd met wat men ‘complexe’ problemen noemt. Zij spelen zich af op de grenzen van de verschillende sectoren, zoals jeugdzorg, VAPH, onderwijs, psychiatrie, justitie, huisvesting en sociaal werk. De mensen met deze meervoudige zorgnoden blijken dikwijls niet te passen in de categorieën van hun begeleiders en worden doorgeschoven naar een andere sector. Na moeilijke en hopeloze trajecten doorheen verschillende sectoren vinden zij uiteindelijk geen plek meer die hen kan dragen en zorg bieden. Zij passen niet in de logica’s van efficiëntie, controle en beheersbaarheid die eigen zijn aan het hedendaagse functioneren van deze sectoren.
Hoe efficiëntiedenken tot een verarming op verschillende domeinen kan leiden, wordt geïllustreerd door het Vlaamse beleid rond de waterlopen.
In de jaren ’70 en ’80 besliste men in Vlaanderen om onze rivieren, die van nature meanderen, recht te trekken. Grote, brede, diepe waterlopen zouden zorgen voor meer snelheid, kracht, efficiëntie en een betere bevaarbaarheid. Strak, duidelijk en beheersbaar leek makkelijker dan het natuurlijke bochtenwerk dat rivieren eigen is.
Enkele jaren later bleek dit grote effecten te hebben op de variatie en diversiteit van de fauna en flora, zowel in de waterlopen zelf als in de natuur rondom. Verschillende soorten dieren en planten overleefden de aanpassingen niet en het landschap verarmde steeds meer. Voortschrijdend inzicht zorgt ervoor dat Vlaanderen op zijn schreden terugkeert en het meanderen, de natuurlijke toestand van de waterlopen, tracht te herstellen.
Wat er met de waterwegen gebeurd is, illustreert zeer goed wat er zich momenteel in de samenleving afspeelt. Problemen worden in allerlei categorieën en protocollen ondergebracht om ze eenduidig en beheersbaar te maken. Maar de categorieën passen veelal niet bij de complexe problemen die zich aandienen. Deze drang naar efficiëntie en controle zorgt voor verharding en ernstige tekortkomingen in de opvang en begeleiding.
Daarin weerklinkt iets van wat Awee Prins benoemt wanneer hij schrijft dat wij ‘de berekening tot de maat van onze omgang met de dingen hebben gemaakt’ en dat we ‘allemaal de taal van de landmeters zijn gaan spreken, terwijl landschap zoveel meer is dan wat de landmeter kan meten’. Die verschuiving in taal vertaalt zich in praktijken. We zien hoe toegang tot ondersteuning steeds vaker afhankelijk wordt van voorwaarden die niet voor iedereen haalbaar zijn. Steeds meer mensen vallen buiten of tussen de categorieën. Zij worden niet geholpen, zij kunnen ‘niet mee’.
Complexe problemen verschijnen bovendien zelden bij de opstart van een begeleiding. Ze tekenen zich af in de loop van trajecten waarin mensen op verschillende momenten niet ontvangen worden, of slechts tijdelijk, of onder voorwaarden.
Dit kan ertoe leiden dat de zorgnood slechts gehoord wordt in zoverre hij in de gehanteerde categorieën past. Wat eraan ontsnapt, wordt niet opgenomen. Wat vandaag als complex verschijnt, lijkt zo ook iets te zeggen over wat er onderweg gebeurd is, met name een opeenstapeling van breuken, verschuivingen en ongehoorde vragen.
Tegelijk is de wijze waarop men toch probeert te antwoorden op deze groeiende complexiteit eveneens problematisch. Binnen de verschillende sectoren verschuift de aandacht naar kortdurende begeleiding, preventie, risicobeheersing en veiligheid.
Het probleem dat we vaststellen betreft dus niet één bepaalde sector, maar loopt als een rode draad door alle sectoren heen. Iets van de complexiteit van hulpnoden geraakt niet opgenomen in het traject en verschuift met de hulpbehoevende mee van sector naar sector.
Hier stelt zich niet alleen de vraag in welke sector mensen terechtkomen, maar ook wie of wat daar nog het mandaat en de kracht heeft om hen te dragen. In die zin lijkt de manier waarop men zorg organiseert zelf deel te worden van de problematiek die ze probeert te beantwoorden. Niet omdat er geen inzet is, maar omdat de instituties waarin gewerkt wordt steeds minder ruimte laten voor wat niet binnen hun lijnen past. Ze dragen daardoor, ongewild, bij aan trajecten van uitsluiting.
Waterlopen werden rechtgetrokken in functie van snelheid en beheersbaarheid; pas nadien zag men de verarming van het ecosysteem. Welnu, wat ons raakt en beweegt, is het feit dat ook ‘zorg’ wordt verarmd wanneer zij vanuit beheersbaarheid, meetbaarheid en doorstroming georganiseerd wordt. Wat niet binnen de ‘bedding’ past, wordt doorgeschoven, in het slechtste geval zelfs niet behandeld. Precies daardoor ontstaan elders opstoppingen, overbelasting of breuken.
Op weg naar wat we willen
‘Kinderen ervaren hun broosheid nog aan den lijve’, schrijft Awee Prins. ‘Ze ervaren voortdurend heel intens de onbegrijpelijkheid en de onbeheersbaarheid van het leven. En als we eerlijk zijn, is het leven ook erg verwarrend. Er zijn geen trucs of technieken om dit ongedaan te maken. We zouden moeten leren om broos, zoekend en kwetsbaar in het leven te staan.’
Wat in deze woorden verschijnt, is precies datgene waarvoor in onze sectoren steeds minder plaats is. Daar waar de ruimte om samen te dragen en te verdragen onder druk komt te staan, zien we mensen die onvoldoende ondersteund worden en hulpverleners die vastlopen in hun begeleidingen. Vanuit die ervaring, die zich op verschillende plekken tegelijk aandient, groeit de nood om opnieuw ruimte te maken voor wat dreigt te verdwijnen.
In deze context wordt het idee van Lucien Bonnafé opnieuw relevant: men kan een samenleving beoordelen aan de manier waarop zij omgaat met haar ‘gekken’. Fundamenteel gaat het hier over hoe een samenleving omgaat met datgene wat niet past, wat niet onmiddellijk begrepen of beheerst kan worden.
Waar Dragend Zorgen over gaat
Als Beweging Dragend Zorgen willen we terug naar een maatschappij met kronkelende wegen waar we bochten durven nemen, waar we kunnen vertragen of versnellen, waar we vanuit verschillende sectoren of instituties samenwerken en zorgen voor meer creativiteit. We willen complexiteit en diversiteit omarmen. Laten we ruimte maken voor het kwetsbare en zoekend te werk gaan.
Waar we voor staan
Zorgen
Het woord ‘zorg’ gaat terug op het Proto-Germaanse s(w)urgō-, met betekenissen als zorg, angst en verdriet. Daarin herkennen we het Duitse Sorge en het Engelse sorrow. In de loop van de geschiedenis is de lading verschoven van ‘zich zorgen maken’ naar ‘actief zorgen voor’. De betekenis sluit ook aan bij het Latijnse cura: bekommernis, zich bekommeren om, aandacht hebben voor, zich iets aantrekken en ter harte nemen. In deze betekenis worden toewijding en verantwoordelijkheid gevraagd. Ze kenmerken de brede betekenis van het woord ‘zorg’ en zijn essentieel voor het welzijn van de mens.
Beweging
Een beweging kan twee dingen betekenen: het veranderen van plaats, stand of houding (bijvoorbeeld zichzelf in beweging zetten), of een groep mensen die hetzelfde doel nastreven (zoals de beweging Dragend Zorgen).
In beide betekenissen draagt een beweging een intentie in zich. Beweging is nooit louter verplaatsing van punt A naar punt B, maar doet zich enkel voor wanneer iemand geraakt of aangesproken wordt.
Beweging is ook relationeel: ze gebeurt niet geïsoleerd, maar binnen een bepaalde ruimte, ten aanzien van een ander. Het scheppen van deze ruimte vergt een continu werk. Het vereist dat we ons durven te laten bewegen. De etymologische oorsprong van het woord ‘beweging’ is misschien nog interessanter dan zijn pure definitie. De Germaanse stam wigam bevat naast de betekenissen ‘bewegen’ en ‘wegen’ ook de betekenis ‘dragen’.
Dragen
Als sociale wezens hebben mensen nood aan een netwerk van betrouwbare relaties en vertrouwde instituties. Dit dragende netwerk vormt, samen met onze ervaringen en herinneringen, de grond onder onze voeten en maakt het mogelijk dat we vooruit kunnen gaan in ons leven. Pierre Delion noemt dit de forische functie. Het adjectief ‘forisch’ stamt af van het Oudgriekse phorein, wat ‘dragen’ betekent. Deze functie blijft gedurende het hele leven belangrijk. In moeilijke tijden helpt ze ons recht te blijven of weer op te staan.
Deze dragende functie is niet bij iedereen sterk genoeg om steeds voldoende steun te geven. Dit kan leiden tot problemen op allerlei terreinen, wat we hierboven als complexiteit hebben beschreven.
Wat we willen doen
We willen een beweging zijn die zichtbaar maakt waar trajecten vastlopen, waar systemen hun grenzen bereiken en waar die grenzen zelf bijdragen tot uitsluiting. Een beweging die plekken creëert waar ervaringen worden gedeeld, waar opnieuw draagkracht ontstaat, niet alleen voor wie zorg ontvangt, maar ook voor wie draagt. Een beweging die iets in gang zet, die verbindingen legt, praktijken zichtbaar maakt en zo toont dat er andere manieren mogelijk zijn om met complexiteit om te gaan.
In die zin tekent zich een beweging af die tegelijk signalerend, dragend en bewegend is. Dit zijn geen drie afzonderlijke opdrachten, maar drie manieren om betrokken te blijven bij wat zich aandient:
Een dragende functie
We creëren een ontmoetingsplek waar betrokkenen elkaar kunnen vinden, hun visies en bezorgdheden delen en elkaar ondersteunen.
Een signaalfunctie
We maken een kritische analyse van de actuele maatschappelijke tendensen en de impact die ze hebben op ons werk. Via gepaste kanalen communiceren we deze bevindingen op microniveau (eigen omgeving), mesoniveau (leidinggevenden, beleid) en macroniveau (politiek, maatschappij).
Een bewegende functie
We organiseren acties, kruipen in de pen, spreken op congressen en brengen aan het licht wat anders verborgen blijft. We willen dat de beweging zichtbaar wordt, betekenis krijgt en verandering brengt.